Aanpassingsstoornis en   

Peripartum depressie 

Postpartum aanpassingsstoornis met depressieve stemming en/of angst   


Het ‘Postpartum Distress Syndrome’ - zoals Karen Kleiman, een Amerikaanse expert het noemt - valt onder de zogenoemde aanpassingsstoornissen. Een aanpassingsstoornis is een psychische aandoening waarbij sprake is van een aanhoudend gevoel van stress na een ingrijpende verandering in iemands leven. Een aanpassingsstoornis begint binnen drie maanden nadat de ingrijpende ervaring heeft plaatsgevonden. Een postpartum aanpassingsstoornis valt qua ernst tussen de babyblues en een postpartum depressie (PPD) in. 

Symptomen kunnen zijn

  • Een aanhoudend gevoel van spanning of stress, dat lastig te verlichten is met geruststelling of goede zelfzorg. 
  • Je kunt angstige gedachten hebben, bijvoorbeeld piekeren over het moederschap of het idee hebben te moeten voldoen aan het beeld van de ‘perfecte moeder’. Deze moeders stellen vaak hoge eisen aan zichzelf.
  • Veel vrouwen ervaren daarbij een sombere stemming of hebben het gevoel de dagen met moeite door te komen – al lukt het vaak nog wel om redelijk te blijven functioneren.

Voor de buitenwereld zijn deze klachten meestal niet direct zichtbaar. Wat de moeder van binnen ervaart, komt niet altijd overeen met wat zij laat zien of benoemt. Zo kan een vrouw aangeven dat ze geniet van haar baby, terwijl ze zich innerlijk heel anders voelt.

Wat is nodig?
Behandeling kan helpen je beter te voelen, maar ook om te voorkomen dat de klachten verergeren of overgaan in een postpartum depressie. Bespreek de klachten met je verloskundige of met je huisarts. Er is ondersteuning mogelijk door de POH-GGZ (praktijkondersteuner van de huisarts), maar de voorkeur gaat uit naar een zorgverlener met specifieke kennis van psychische klachten bij zwangere en pas bevallen vrouwen.

Postpartum depressie (PPD)


Een postpartum depressie (PPD) ontstaat meestal in de eerste weken of maanden na de bevalling, maar kan zich ook pas later in het eerste jaar ontwikkelen. Bij veel vrouwen beginnen de klachten al tijdens de zwangerschap. Wanneer depressieve symptomen ontstaan tijdens de zwangerschap en/of na de bevalling, spreken we van een peripartum depressie. De term peripartum betekent letterlijk rond de bevalling en verwijst dus naar beide periodes: vóór en na de geboorte.
In het begin lijken de klachten van een postpartum depressie soms op die van de babyblues. Maar in tegenstelling tot de babyblues, die tijdelijk en mild is, zijn de klachten bij PPD intenser, houden ze langer aan en beïnvloeden ze sterk het functioneren van de moeder.


Symptomen kunnen zijn...

  • Er is bijna dagelijks sprake van een sombere stemming die het grootste deel van de dag aanwezig is. Vrouwen hebben moeite om te genieten van hun baby en van andere activiteiten waar zij eerder wel plezier aan beleefden. De interesse in bezigheden die voorheen energie en voldoening gaven, is duidelijk verminderd.
  • Daarnaast komen vaak klachten voor zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, veranderingen in eetlust, slaapproblemen, angstgevoelens, prikkelbaarheid en schuldgevoelens. Vrouwen hebben moeite met het dagelijks functioneren en komen de dag nauwelijks door.
  • Het contrast met hoe deze vrouwen zich voelen en hoe ze zich zouden ‘moeten’ voelen bij het krijgen van een kindje, is groot. Dit kan voor hen erg beangstigend en vervreemdend zijn. Het kan tevens voor veel verdriet, schaamte en sociaal isolement zorgen.
  • Sommige vrouwen krijgen het gevoel anderen tot last te zijn en denken dat hun baby een betere moeder verdient. In ernstige gevallen kunnen ook gedachten aan de dood ontstaan of kunnen er plannen worden gemaakt om uit het leven te stappen. Wanneer zulke gedachten voorkomen, is het van groot belang om direct professionele hulp in te schakelen.


Het verschil met een ‘gewone’ depressie is dat er bij een PPD vaak ook sprake is van angst; veel vrouwen ervaren bij een PPD namelijk  paniekklachten of voelen zich zenuwachtig en gestrest.
Een PPD is een ernstige aandoening en moet serieus genomen worden. Het kan grote gevolgen hebben voor het welzijn van de moeder en het welzijn van de baby. Soms horen vrouwen van hun omgeving dat deze gevoelens bij het prille ouderschap horen. Vrouwen voelen echter sterk dat het niet klopt wat ze ervaren; zij maken zich zorgen over hun gevoelens en gedachten en herkennen zichzelf niet, wat juist hun angst kan versterken.


Voorspellers van een PPD:
Bij sommige vrouwen is de kans op het ontwikkelen van een postpartum depressie groter dan bij anderen. Dit geldt bijvoorbeeld voor vrouwen die tijdens de zwangerschap al stemmingsklachten ervaarden, of die na een eerdere bevalling een depressie hebben doorgemaakt. Ook vrouwen met een voorgeschiedenis van psychische aandoeningen, vrouwen die sterk reageren op hormonale schommelingen rond de menstruatie, en vrouwen met familieleden met stemmingsstoornissen, lopen een verhoogd risico. Daarnaast kunnen verschillende omstandigheden het risico vergroten, zoals:

  • Gebrek aan sociale steun
  • Spanningen of problemen in de relatie
  • Een negatief zelfbeeld
  • Stressvolle gebeurtenissen in de omgeving
  • Een traumatische bevallingservaring
  • Een premature geboorte of het verlies van een kindje
  • Het temperament van de baby (denk aan overmatig huilen) 

Soms spelen er ook lichamelijke oorzaken mee, zoals bloedarmoede, een schildklieraandoening of infecties. Daarom is het belangrijk dat een arts altijd onderzoekt of er een somatisch onderliggend lijden is.


Wat is nodig?
Bij een postpartum depressie (PPD) is het belangrijk om tijdig hulp in te schakelen. Neem altijd contact op met je huisarts, die kan inschatten hoe ernstig de klachten zijn. Bij ernstige problematiek kan een verwijzing naar de POP-poli (Pediatrie, Obstetrie en Psychiatrie) nodig zijn. Ook wanneer de depressieve klachten in de zwangerschap al aanwezig zijn, kan het verstandig zijn om naar de POP-poli verwezen te worden, zodat er een goed peripartumplan opgesteld kan worden.

Wanneer een verwijzing naar de POP-poli niet noodzakelijk is, kan behandeling door een gespecialiseerde psycholoog voldoende zijn. Daarbij is het belangrijk dat de zorgverlener ervaring heeft met PPD en langdurige zorg kan bieden, omdat herstel en nazorg wel tot twee jaar kunnen duren. Bij veel vrouwen treedt echter al eerder duidelijke verbetering op. Het is helpend wanneer vrouwen zichzelf de ruimte geven voor het proces: herstel kost tijd, en dat mag.


De behandeling van een depressie bestaat meestal uit cognitieve gedragstherapie of interpersoonlijke therapie. Als het dagelijks functioneren sterk wordt beïnvloed – bijvoorbeeld door ernstige slaapproblemen, hevige angst of suïcidale gedachten – of wanneer de klachten na enkele sessies psychotherapie onvoldoende verminderen, kan medicatie worden voorgeschreven.

Bij een ernstige PPD is het vaak niet haalbaar om volledig zelfstandig voor de baby te zorgen. Extra zorg en ondersteuning in de thuissituatie is dan nodig, zowel voor de moeder als voor de baby. Deze ondersteuning kan komen van de partner en/of familie, maar ook professionele hulp, zoals Babythuiszorg, kan worden ingezet.

Voor veel moeders is het zetten van de stap naar de huisarts moeilijk. Het kan dan helpend en steunend zijn wanneer iemand uit je omgeving helpt bij het maken van een afspraak en meegaat naar het consult.